Corona en online-capaciteit

Column Laurens Sloot (FoodPersonality - november 2020)

De Nederlandse economie slaat zich verrassend sterk door de coronacrisis heen. In het derde kwartaal kromp de economie weliswaar 3% ten opzichte van 2019, maar t.o.v. de EU-landen doet Nederland het erg goed. Dit komt overigens niet door de manier waarop Nederland het coronavirus heeft ingedamd, want het ‘wait & see’-beleid van ons kabinet en de ‘vrijheid, blijheid’-houding van het volk hebben voor een stevige tweede golf gezorgd.

De verklaring dat onze economie toch nog redelijk overeind blijft, komt allereerst doordat we ons sterk in de schulden durven te steken om de zwaar getroffen bedrijven en sectoren te ondersteunen tot minimaal de zomer van 2021. Hier hangt uiteraard wel een prijskaartje aan, want het begrotingstekort zal dit jaar oplopen tot zo’n € 70 miljard. Een bijzonder bij-effect is dat Nederland het laagste aantal faillissement kent in ruim twintig jaar tijd. Een andere reden dat onze economie goed doordraait, is dat deze sterk gediversifieerd is (van ‘agro’ tot ASML) en Nederland een sterke digitale infrastructuur heeft. Hierdoor kan de consument blijven besteden.

Met name de retail in Nederland heeft hiervan geprofiteerd. Consumenten die hun geld niet kwijt kunnen in de bioscoop, theater, sportvereniging of aan vakanties naar verre oorden, blijken volop aan ‘revenge buying’ te doen. Consumenten kopen massaal spullen en diensten voor in en rondom het huis en ook de supermarktretail – met dank aan de lockdown van de horeca – beleeft een gouden jaar. Er is echter één winnaar die alle andere winnaars naar de kroon steekt: en dat is de online-retail. De online-uitgaven groeien zo’n 50 à 60% sinds maart 2020 en voor de food retail betekent dit een sprong van 3,7% marktaandeel in 2019 naar ongeveer 5,5% marktaandeel nu. Dat percentage had nog hoger kunnen uitvallen als er voldoende capaciteit was geweest om alle thuisleveringen te kunnen uitvoeren.

Met de voortgaande groei van online gloort overigens een nieuwe uitdaging aan de horizon: als online op termijn doorgroeit naar 20 tot 25% van de omzet, hoe zorgen de supermarktretailers er dan voor dat de winkelomzet hoog genoeg blijft om renderend te blijven opereren? Ervaring uit andere sectoren leert dat een snel stijgende online-omzet onherroepelijk tot de sluiting van veel fysieke retail leidt. Dat zien we bij mode, lectuur, speelgoed en elektronica. Dus waarom zou de supermarkt aan deze trend ontsnappen?

Er zijn, denk ik, twee belangrijke redenen waarom dit in supermarktland anders zou kunnen lopen. Allereerst kunnen supermarkten blijven groeien door het aanbod te verbreden. Dit kan zowel met nieuwe diensten (bijvoorbeeld stomerijservice, foodservice) als met producten (bijvoorbeeld schoolspullen, lectuur en ander non-food). Maar wat ook belangrijk is, is dat nog eens scherp wordt gekeken naar de vraag waar de order-pick van online bestelde boodschappen zou moeten plaatsvinden.

AH en Jumbo trekken dit namelijk uit de winkels door de order-pick te centraliseren in gespecialiseerde dc’s en ‘dark stores’, terwijl de Plus-ondernemers de order-pick in de eigen winkels laten doen. Het voordeel van dat laatste model is dat ondernemers niet alleen de omzet, maar ook de werkgelegenheid lokaal houden. Bovendien staat de infrastructuur er al en is deze dicht bij de consument aanwezig.

Feitelijk bouwen ketens als AH en Jumbo een forse extra boodschappencapaciteit in Nederland, waardoor er overcapaciteit dreigt, met alle gevolgen van dien. Het opvangen van 5% volumeverlies is nog wel te doen in een licht groeiende markt, maar houd je een supermarkt ook nog winstgevend als 25% van de omzet wegvalt?

Meer EFMI-columns…

Foto: AH Beeldbank

EFMI Business School is in 1997 opgericht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Geleidelijk is het EFMI uitgegroeid tot toonaangevend academisch kennisinstituut in de Nederlandse levensmiddelensector. Het EFMI biedt diverse opleidingen aan voor senior managers uit de food sector, waaronder de Executive MBA die in samenwerking met de Business School van de Rijksuniversiteit Groningen wordt aangeboden. EFMI Business School houdt kantoor in de Oranjerie van Kasteel Groeneveld te Baarn. Ook de EFMI-opleidingen vinden plaats op deze mooie, centraal gelegen locatie met een rijke historie.