Een alternatief voedselnetwerk: wat je er (niet) mee kunt

EFMI Academic Food Update, Foodmagazine, oktober 2017

Onderzoekers van EFMI Business School houden structureel wetenschappelijke publicaties bij voor Foodmagazine. In deze editie van de EFMI Academic Food Update kijkt Melanie Murk-Severein naar de rol van de zogenaamde ‘alternative food networks’ als het gaat om de transformatie naar een duurzamere voedselketen.

Wat is er onderzocht?

De start van het wildseizoen vindt dit jaar op 15 oktober plaats. Naast culinair Nederland pikt ook menig speler in het supermarktkanaal hier een graantje van mee. Tijdelijk en bijzonder assortiment met daarbij prachtig vormgegeven folders spelen in op de behoefte van de consument om samen te genieten van lekker eten.  Dat wild dan niet altijd wild is, dat ontgaat de meesten. Maar zeker niet iedereen. Want wie voeding ziet vanuit een breder perspectief, zoekt steeds vaker het alternatieve circuit op, waarin food festivals en direct-van-de-bron-concepten de boventoon voeren. De onderzoekers hebben de ontwikkelingen van deze sterk oprukkende ‘alternative food networks’ (AFN’s) bestudeerd: wat maakt ze uniek en welke rol hebben ze als het gaat om de transformatie naar een duurzamere voedselketen?

Wie heeft het onderzocht?

Ingrid Kajzer Mitchella, Will Lowa, Eileen Davenportb and Tim Brigham (Royal Roads University, Victoria, BC, Canada)

Hoe zit het onderzoek in elkaar?

Het onderzoek is zeer exploratief en daarom atypisch ten opzichte wat wij doorgaans presenteren in dit item binnen Foodmagazine. De onderzoekers bekijken de opkomst en ontwikkeling van een AFN, namelijk die van wild voedsel in British Colombia (Canada). Een AFN wordt gedefinieerd als een ‘nieuwe en snel opkomende ruimte in de voedseleconomie, waarin de productie en consumptie van voedsel nauwer aan elkaar zijn verbonden, zowel ruimtelijk, economisch als sociaal’. In de periode 2008-2016 zijn daarvoor verschillende methoden toegepast om een zo volledig mogelijk beeld te  vormen. Te beginnen met zowel kwalitatief als kwantitatief consumentenonderzoek in 2008 en 2009. In de daaropvolgende periode werkten universiteit en producenten van wild nauw samen om de markt helder te definiëren en te doorgronden. Daarnaast is uitgebreid onderzoek gedaan naar trends en uitingen op het internet. Deze periode werd in 2016 afgerond met gestructureerde interviews, waarmee het net werd opgehaald. De resultaten van dit onderzoek zijn grotendeels kwalitatief van aard.

Wat zijn de resultaten van het onderzoek?

Consumenten kopen in een alternatief netwerk als ondersteuning van lokale producenten en als bijdrage aan duurzaamheid in het algemeen, het milieu en de eigen gezondheid. Daarnaast zijn producten volgens hen ook beter van smaak.

De onderzoekers zien dat er een duidelijk verschil is tussen een sterk (intrinsiek gemotiveerd) en een zwak alternatief netwerk. Dat laatste ontstaat doordat een niche concept tot mainstream is verworden en is geadopteerd door grote spelers zoals supermarkten of industriële producenten.

De waarde van een sterk alternatief netwerk ligt in de wijze waarop het consumenten inspireert en leert over duurzaamheid en alternatieve wijzen van voedselconsumptie. Het blijkt een zeer effectief instrument voor educatie over de verduurzaming van de voedselketen.

Er kleven ook nadelen aan alternatieve netwerken. Zo worden ze te romantisch afgeschilderd, waardoor ze alleen ‘the happy few’ aanspreken. Dit terwijl het juist toegankelijk moet zijn voor de consument met het beperkte budget. Daarnaast valt duurzaamheid in het brede perspectief nog wel te betwisten en is het qua voedselveiligheid vaak minder goed voor elkaar dan in het reguliere kanaal.

Welke aanbevelingen voor directies van supermarkten en/of fabrikanten vloeien voort uit het onderzoek?

De consument staat vandaag de dag ver af van de voedselketen. Om de verbinding te herstellen probeert men het kennisniveau van de consument te verhogen. Alternatieve netwerken (AFN’s) blijken hier zeer geschikt voor te zijn. Via een dergelijk netwerk leert de consument (zowel volwassen als kind) op diverse formele en informele wijzen van alles over de voedselketen en de verduurzaming ervan. Echter, als grote organisaties ‘aan de haal’ gaan met de concepten van deze alternatieve netwerken, dreigt inflatie. De netwerken verliezen dan aan kracht en worden zwak. Directies kunnen overwegen om allianties met deze alternatieve netwerken aan te gaan met als doel de educatie van de consument. Daarnaast verdient het de aanbeveling om het opschalen van niche concepten grondig af te wegen. Want voor je het weet ben je gevangen in een zwak netwerk dat zijn doel voorbij streeft.

Waar is het onderzoek terug te lezen?

I. Kajzer Mitchell, W. Low, E. Davenport & T. Brigham (2017), Running wild in the marketplace: the articulation and negotiation of an alternative food network, Journal of Marketing Management, 33:7-8, 502-528.

Meer EFMI Academic Food Updates

 

EFMI Business School is in 1997 opgericht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Geleidelijk is het EFMI uitgegroeid tot toonaangevend academisch kennisinstituut in de Nederlandse levensmiddelensector. Het EFMI biedt diverse opleidingen aan voor senior managers uit de food sector, waaronder de Executive MBA die in samenwerking met de Business School van de Rijksuniversiteit Groningen wordt aangeboden. EFMI Business School houdt kantoor in de Oranjerie van Kasteel Groeneveld te Baarn. Ook de EFMI-opleidingen vinden plaats op deze mooie, centraal gelegen locatie met een rijke historie.

× Stel uw vraag via Whatsapp